Voordeel beugel TOP OrthodontieOrthodontiekosten die gemaakt zijn binnen uw gezin, zijn op te voeren als aftrekpost bij de jaarlijkse belastingaangifte. Het gaat dan om het deel van de kosten dat niet vergoed wordt door de zorgverzekeraar.

Ook in 2016 blijven orthodontiekosten voorlopig aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Drempelinkomen

Bij het belastingvoordeel wordt rekening gehouden met het drempelinkomen. Alle kosten die boven de drempel uitkomen, zijn aftrekbaar. U kunt kosten voor kinderen jonger dan 27 jaar aftrekken, als zij niet in staat zijn de kosten zelf te betalen. Voor fiscale partners geldt een gezamenlijk drempelinkomen. Het drempelinkomen is het totaal van de inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, zonder uw persoonsgebonden aftrek.

Voor het jaar 2016 geldt (voorbeeld met fiscale partner):

  • Is het drempelinkomen van u en uw fiscale partner minder dan €15.126? Dan is de drempel €256.
  • Ligt het drempelinkomen hoger dan €15.126 en lager dan €40.175? Dan is de drempel 1,65% van het gezamenlijk drempelinkomen.
  • Is het drempelinkomen hoger dan €40.175? Dan geldt een drempel van €662 + 5,75% van het bedrag boven €40.175.

Rekenvoorbeeld 1: inkomen lager dan €15.126

Uw heeft in 2016 een beugelbehandeling gehad. De totale kosten hiervan bedragen €900. In 2016 is het inkomen van u en uw fiscale partner €11.050. Hiervoor geldt een drempel van €256. Alle orthodontiekosten die in 2015 boven € 256 uitkomen, zijn aftrekbaar van de belasting. In dit geval is dus €644 (€900 – 256) fiscaal aftrekbaar.

Rekenvoorbeeld 2: inkomen lager dan €40.175

Uw zoon heeft in 2016 een beugelbehandeling gehad. De totale kosten hiervan bedragen €1100. In 2016 is het inkomen van u en uw fiscale partner €32.000. Hiervoor geldt een drempel van 1,65%; dit is €528. Alle orthodontiekosten die in 2016 boven €528 uitkomen, zijn aftrekbaar van de belasting. In dit geval is dus €572 (€1100 – €528) fiscaal aftrekbaar.

Rekenvoorbeeld 3: inkomen hoger dan €40.175

Uw zoon en dochter hebben in 2016 een beugelbehandeling gehad. De totale gezamenlijke kosten hiervan bedragen €2000. In 2016 is het drempelinkomen van u en uw fiscale partner €45.200. Er geldt voor u een en drempel van €662 + 5,75% van het bedrag boven de €40.175. Dit is €662 + €288,94 (5,75% van €5025). Alle orthodontiekosten die boven €950,94 uitkomen, zijn aftrekbaar. In dit geval is dus €1049,06 (€2000 – €950,94) fiscaal aftrekbaar.

Let op! Alleen niet vergoede deel is aftrekbaar

U mag alleen het deel van de kosten aftrekken waarvoor u geen vergoeding kreeg van uw (aanvullende) zorgverzekering.
Voorbeeld: U hebt in 2016 een beugelbehandeling gehad. De totale kosten hiervan bedragen €1700. Van deze kosten is dit jaar €500 vergoed door de zorgverzekeraar. De overige €1200 zijn aftrekbaar bij de belastingaangifte. Kosten die vallen onder een verplicht of vrijwillig eigen risico zijn niet aftrekbaar.

NB. De regelgeving m.b.t. aftrekposten wordt regelmatig gewijzigd. Aan de bovengenoemde bedragen en percentages kunnen daarom geen rechten worden ontleend. Kijk voor meer informatie over aftrekposten in de gezondheidszorg op de site van de Belastingdienst.

Dagobert Duck

Aftrekposten vergeten aan te geven in de voorgaande jaren?

Wanneer u de afgelopen 5 jaar nog geen aftrekposten voor orthodontie hebt opgevoerd, kunt u dat in de meeste gevallen alsnog doen. Het is afhankelijk van uw situatie wat u dan kunt doen:

Er is nog geen aanslag van de Belastingdienst:
Als u nog geen reactie hebt ontvangen van de Belastingdienst over de aangifte van het voorgaande jaar (dus ook geen voorlopige aanslag), dan kunt u gewoon een nieuwe aangifte invullen en versturen met de aangepaste gegevens.

Er is een voorlopige aanslag van de Belastingdienst:
Na het ontvangen van een voorlopige aanslag van de Belastingdienst, heeft u altijd zes weken na dagtekening van de brief de tijd om bezwaar te maken. U kunt in die periode alsnog met terugwerkende kracht de aftrekposten opvoeren.

De definitieve aanslag is binnen:
Ook na het ontvangen van een definitieve aanslag krijg u zes weken de tijd om bezwaar te maken. Na deze zes weken, kunt u een brief sturen naar de Belastingdienst om de aanslag alsnog ambtshalve bij te stellen. U dient uw nieuw opgevoerde aftrekposten dan heel goed te kunnen motiveren. Tegenwoordig is de verjaringstermijn hiervoor 5 jaar.